Selecteer een pagina

LEVER – HET ORGAAN VAN HET WATER

In het de innerlijk van de mens bevinden zich vier grote zeer belangrijke organen, namelijk het hart, de longen, de lever en de nieren. Die hebben ook ieder een relatie tot de 4 elementen. De lever is het orgaan van het water.

De lever ligt rechts in de bovenbuik. Het is de enige van de vier organen die echt in de buikholte ligt. Het is een vrij groot orgaan en ligt boven alle andere organen en darmen onder het middenrif. Een Koninklijke positie kun je wel zeggen. Het is één orgaan, asymmetrisch, zoals dat in de stofwisseling gangbaar is (in het hoofd is alles in principe dubbel en symmetrisch). De lever heeft twee lobben, waarvan de rechter het grootst is. Het is een fors orgaan van wel 1,5 kg. Er stroomt gemiddeld 1,5 liter bloed per minuut doorheen. Een lever kan 20% van het bloed opslaan. De lever is het stofwisselingsorgaan bij uitstek. Er is een sterk regeneratievermogen. Bij dieren is het mogelijk dat na verwijdering van het grootste deel van de lever deze in 6 weken weer is aangegroeid. Als een leverlob bij de mens wordt weggehaald kan die ook voor een behoorlijk groot deel weer aangroeien. Dat doen de andere organen de lever niet na!

WATER EN LEVENSKRACHTEN

De lever is het orgaan van de opbouw. Embryonaal is hij in verhouding tweemaal zo groot, dan vindt ook een enorme groei plaats. In de oudere mens, waar de opbouw steeds verder afneemt, is de lever twee maal zo klein geworden.
De lever wordt sterk doorbloed en is erg waterrijk, bijna zo waterrijk als het bloed zelf. Nu heeft water alles te maken met leven en met groeikrachten. Geen leven zonder water. Groei, frisheid, vitaliteit zijn direct verbonden met water. Antroposofisch spreken we van levenskrachten, die kunnen in het water werken. Dat is hun element.
De lever is dus een sterk vitaal, etherisch orgaan. In de natuur is de plantenwereld doortrokken van water – en van vitaliteit. Mens en dier hebben deze vitaliteit wel in zich, maar hebben ook andere kenmerkende kwaliteiten daar bovenop, zoals bewustzijn en beweging. Maar de lever representeert toch nog iets van deze vitale plantaardige kwaliteit. De lever is “de plant in de mens”.

WATERORGAAN

Er gaan 5 vochtstromen door de lever: niet alleen de gebruikelijke slagaderlijke (arteriële), aderlijke (veneuze) en de lymfestroom, maar ook nog een galstroom en een extra aderlijke stroom via de poortader. De lever is dus hét orgaan van het waterorganisme en werkt hierop regulerend. De nieren scheiden het water vervolgens uit. Via hormonen is er een samenwerking tussen lever en nieren om het water te reguleren. Dorst komt van de lever, het waterorgaan.

ADERLIJK ORGAAN

Met een dubbele aderstroom is de lever een aderlijk, veneus orgaan te noemen. Vrijwel alle aderen van het spijsverteringsgebied monden in de lever uit. Het is een trage, donkere bloedstroom vol opgenomen voedingsstoffen, die naar de lever stroomt, alwaar de voeding verwerkt wordt. Aderen en lever zijn heel verwant. Als aderen in het onderlichaam niet gezond zijn, zoals bij aambeien en bij spataderen, dan is het van belang de ook lever te ondersteunen. Die helpt het herstel van ‘zijn’ aderen.
De lever is vrij direct met het hart verbonden, slechts gescheiden door het middenrif. De lever is zo gezien een tussenstation tussen darmen en hart. De lever handhaaft het interne milieu, brengt van opgenomen stoffen, van stollingsfactoren, eiwitten, cholesterol e.d., de concentraties exact op peil voordat het hart alles in circulatie brengt.

CHEMIE

In de lever ontstaan vele substanties. Men noemt de lever wel een “chemische fabriek”. Er vinden omzettingen van koolhydraten plaats, er is eiwitopbouw en de vetstofwisseling. De lever kan van alles omzetten, zoals glucose in vet en aminozuren in glucose. Er worden ook stoffen opgeslagen en als voorraad gehouden, bij voorbeeld van vitamine A en B12, en van bijv. ijzer.
Er vindt ontgifting plaats doordat suikerachtige stoffen zich met de giftige stoffen verbinden en oplosbaar maken. Stikstof wordt bijvoorbeeld uit eiwitten verwijderd en afvalproducten als bilirubine (galkleurstof), fosforverbindingen en hormonen worden geëlimineerd.

VORMKRACHT

De lever is in staat met talloze substanties om te gaan en deze om te vormen. Dat vraag een grote vormkracht. Deze vormgevende kracht noemt men de zogenaamde chemische ether die in de lever werkzaam is. De chemische ether oftewel klankether ordent de substantie. Dat wordt zichtbaar in de zogenaamde Cladnische klankfiguren, figuren die door klanken ontstaan. Rond 1800 liet de Duitse natuurkundige en musicus Cladni dit zien. Daarbij ontstaan op een metalen plaat, met daarop een poederlaag. wanneer die in trilling wordt gebracht, allerlei vormen.
In onze tijd heeft de onderzoeker Lauterwasser iets dergelijks met water met water uitgevoerd. Onder een bakje water plaatst hij een luidspreker. Door simpele tonen ontstaan in het water prachtige vormen. Zijn proeven maken de vormkrachten van geluidstrillingen in water zichtbaar. In de lever voltrekt zich iets dergelijks. In de lever klinkt als het ware kosmische muziek die aardse materie ordent.
Rudolf Steiner zegt: “De lever heeft veel te maken met muzikale voorstellingen, met het beluisteren van een symfonie.“

LEVER EN GAL, WATER EN VUUR

De hele lever is doortrokken van een fijn netwerk van galgangen, die uiteindelijk in de galblaas uitmonden. Gal is een scherpe, vurige, afbrekende vloeistof. Galzuren zijn omgevormd cholesterol. Hieruit worden de galzure zouten gevormd. Het bevat bilirubine, een afbraakproduct van hemoglobine. Gal is niet alleen scherp maar ook bitter. Bitter stimuleert de stofwisseling. Gal bewerkstelligt de eerste afbraak van vetten. Dat is belangrijk, want vetten zijn niet zo makkelijk af te breken. Zo heeft de lever een polariteit in zich: de opbouw van de lever, en de afbraak van de gal. Water en vuur!
De gal is een dagorgaan, de lever een nachtorgaan. Om 15.00 uur is het hoogtepunt van de galactiviteit en en 3.00 uur het hoogtepunt van de leverwerking. Het afnemen van de galactiviteit na 15.00 uur is merkbaar als een middagdip. De afname van de leverwerking om 3.00 uur kan leiden tot een vervroegd wakker worden.

ORGAAN VAN DE WIL

De lever maakt omzetten van voornemens in handelingen mogelijk. De lever is hét stofwisselingsorgaan bij uitstek, en is dan ook het orgaan van de wil. Voor wilskracht is immers energie nodig en die komt van de stofwisseling.
Bij een depressie is de lever verzwakt, en daarbij valt het vaak op dat juist ook de wil is verzwakt.
Een goede of een wat sterkere leverwerking leidt tot flegma. Flegma herken je aan bijv. een onverstoorbare rust en traagheid. Er is een vitale stevigheid en er is een neiging om steeds door te gaan met hetzelfde. De gal geeft tegenwicht en brengt meer leven in de brouwerij. Zonder de gal zou ieder mens flegmatisch zijn.

REUKORGAAN

Rudolf Steiner beschrijft dat de lever een zintuigorgaan voor de voeding is. De lever is een metamorfose van het reukorgaan, is als het ware ‘de neus voor de stofwisseling’. Hij ruikt wat in de omgeving is; bijvoorbeeld of de voeding schadelijk is. Zijn er schadelijke voedingsstoffen, dan houdt de lever ze weg en scheidt meer gal af.
Bij de oudere mens is de lever minder gevoelig, als het ware blind geworden. Daardoor is er meer kans op onder meer maag- en darmkanker. Het proeven bevordert de ontwikkeling van de lever. Maar als het genot van de smaak te sterk wordt en zich dan ook uitbreidt naar het buikgebied in plaats van in de mond, dan kan de lever juist degenereren.

LEVER EN DE ZIEL

De leverprocessen werken ook in het zielengebied. Heeft de lever een wat grotere invloed in het gestel van een mens dan zien we een gemoedsvol type mens, wilskrachtig, en een levensgenieter. De lever kan ook verzwakt zijn. Als het innerlijke chemisme (dus het leverproces) in een mens niet juist werkt is men koppig en eigenwijs, wil zijn gelijk, men is onbeweeglijk in begrippen, laat gedachten weg.
Angsten die bij de lever horen hebben te maken met het stagneren van de stromende levenskrachten. Dan valt de levenslust en de wil weg, en de kracht naar de toekomst verzwakt. Er ontstaan levensangst, sociale angst en dergelijke.

THERAPIE

De lever is in zijn gezondheid mede afhankelijk van het water. Goede kwaliteit water drinken is van belang, evenals voldoende water drinken. Dan is het -zoals we al zagen- van belang het eten goed te proeven. En dat eten zou ook gezond eten moeten zijn, zonder chemische toevoegingen. De lever is ook erg gebaat bij voldoende nachtrust zodat hij ongestoord zijn werk kan doen.
Een plantaardig levermiddel is Hepatodoron, een preparaat van bosaardbeiblad en druivenblad. Metaalpreparaten die de lever kunnen ondersteunen zijn van Tin, IJzer en Koper.

NIEUWE LEVENSKRACHTEN

De lever is een orgaan wat ons bij uitstek voedt. Na de vermoeienis en de afbraak van de dag is de lever ‘s nachts regenererend en ontgiftend bezig. Met nieuwe levenskrachten worden we wakker. Er is een gelijkenis met het voorjaar. Na de herfst en de winter brengt het voorjaar nieuwe krachten. Niet zomaar valt Pasen in het voorjaar. Wat sterven leek te zijn, bleek een opstanding en nieuw leven.

SPREUK

Er is een spreuk van Rudolf Steiner die een basis kan geven. Het versterkt de warmte, de wilskracht en de innerlijke rust. Zo kunnen kwaliteiten gewekt worden vergelijkbaar met die van een gezonde lever komen.
Ik draag rust in mij
Ik draag in mijzelf
De krachten die mij sterken
Ik wil mij vervullen
Met de warmte van die krachten
Ik wil mij doordringen
Met de macht van mijn wil
En voelen wil ik
Hoe rust zich uitbreidt
In al mijn zijn
Als ik mij sterk
De rust als kracht
In mij te vinden
Door de macht van mijn streven